Opvolgend werkgeverschap en de transitievergoeding

Als er sprake is van opvolgend werkgeverschap heeft dit ook tot gevolg dat je bij het betalen van een transitievergoeding ook rekening moet houden met de dienstjaren die de werknemer bij de vorige werkgever heeft doorgebracht.

Heeft die vorige werkgever al een transitievergoeding betaald? In dat geval mag de opvolgende werkgever de in het verleden aan de werknemer betaalde transitievergoeding in mindering brengen op de te betalen transitievergoeding.

Een voorbeeld.

Ronald is van 1998 tot en met 2005 als loodsmedewerker werkzaam geweest. In 2005 ging zijn werkgever failliet en werd hij ontslagen. Direct na het faillissement is Ronald bij een doorstartende onderneming in dienst getreden in de functie van warehousemedewerker. Op 30 april 2016 is hij daar ontslagen na een periode van twee jaar arbeidsongeschiktheid.

De werkgever heeft Ronald een transitievergoeding uitgekeerd ter grootte van € 9.300 bruto en is daarbij uitgegaan van een datum indiensttreding van 10 oktober 2005. Ronald is echter van mening dat hij recht heeft op een transitievergoeding van ruim € 18.000 bruto omdat de dienstjaren bij de vorige werkgever meegeteld moeten worden.

De rechtbank Gelderland stelt Ronald in het gelijk. De rechter verwijst naar artikel 7:673 lid 4 onder b van het Burgerlijk Wetboek waarin geregeld is dat in een situatie van opvolgend werkgeverschap voor de berekening van de transitievergoeding ook de dienstjaren van de vorige werkgever meetellen. Omdat Ronald bij beide werkgevers vrijwel dezelfde werkzaamheden verrichtte is er volgens de rechter sprake van opvolgend werkgeverschap.

Tip!

Bestel het boekje “Bedrijfseconomisch ontslag, overgang van onderneming en opvolgend werkgeverschap”. In dit zeer praktische boekje wordt stap voor stap uitgelegd welke regels er gelden rondom bedrijfseconomisch ontslag. Voor meer informatie of om dit boekje direct te bestellen klik je hier.