Re-integratie spoor 2

Als er geen zicht (meer) is op een structurele werkhervatting van de arbeidsongeschikte werknemer binnen de eigen organisatie, dan is de werkgever verplicht om samen met de werknemer een re-integratie spoor 2 te starten.

Houd er rekening mee dat dit spoor 2 traject uiterlijk zes weken na de eerstejaarsevaluatie moet worden opgestart.

Als de werkgever niet binnen zes weken na de eerstejaarsevaluatie een spoor 2 traject heeft opgestart, levert dit een aanzienlijk risico op voor een loonsanctie van het UWV. Als aan het einde van de tweejaarstermijn blijkt dat de werknemer op structurele basis geen werkzaamheden verricht die dicht aansluiten bij de resterende functionele mogelijkheden, zal het UWV waarschijnlijk de conclusie trekken dat er te lang gewacht is met het inzetten van spoor 2. Op basis hiervan zal het UWV de loondoorbetalingsplicht verlengen met (maximaal) 52 weken.

Het is ook mogelijk dat de bedrijfsarts na de eerstejaarsevaluatie adviseert om spoor 1 en spoor 2 gelijktijdig in te zetten. Beide sporen lopen dan parallel. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als de werknemer pas belastbaar is na de eerstejaarsevaluatie en er in feite dan pas goed bekeken kan worden of een terugkeer binnen de eigen organisatie nog mogelijk is.

In de praktijk komt het er vaak op neer dat de werkgever in het kader van spoor 2 een re-integratiebureau inschakelt om dit spoor verder vorm te geven. Dit bureau gaat de werknemer dan begeleiden bij het vinden en verkrijgen van een geschikte functie bij een andere organisatie.

Na een kennismaking met de werknemer en inventarisatie van de situatie zal het re-integratiebureau in een re-integratieplan vastleggen welke acties en stappen er ondernomen gaan worden. De werknemer krijgt in de regel een vaste coach vanuit het re-integratiebureau aangewezen waarmee de werknemer regelmatig contact onderhoudt.

Het is erg belangrijk dat de werknemer schriftelijk instemt met het re-integratieplan omdat de werknemer dan ook kan worden aangesproken op de daarin vastgelegde afspraken en acties. Als de werknemer weigert om met het re-integratieplan in te stemmen, is het verstandig om het UWV om een deskundigenoordeel te vragen.

Om het risico op een loonsanctie zo klein mogelijk te houden is het geen overbodige luxe om als werkgever na de eerstejaarsevaluatie en bij de overgang van spoor 1 naar spoor 2 een arbeidsdeskundig onderzoek te laten plaatsvinden. Een arbeidsdeskundige beoordeelt dan welke re-integratiemogelijkheden de werknemer wel of niet heeft binnen de eigen organisatie en/of bij een andere werkgever. Een dergelijk arbeidsdeskundig onderzoek geeft steun aan het standpunt dat je als werkgever op een adequate wijze aan de re-integratie van de werknemer hebt gewerkt.

Let op!

Ondanks het inschakelen van externe deskundigen zoals een bedrijfsarts, een arbeidsdeskundige en/of een re-integratiebureau, ben en blijf je als werkgever in eerste instantie zelf verantwoordelijk (samen met de werknemer) voor het re-integratietraject. Je kunt dus niet ‘achterover leunen’ en de re-integratie uitbesteden aan derden zonder als werkgever actief bij de re-integratie betrokken te blijven. Wees kritisch en houd de vinger aan de pols bij de voortgang van de re-integratie.

Tip!

Bestel het boekje “De zieke werknemer”. Met dit boekje wordt je als werkgever of HR-professional stap voor stap begeleid bij alle onderdelen van het re-integratieproces en worden alle arbeidsrechtelijke spelregels op een begrijpelijke wijze uitgelegd. Voor meer informatie of direct bestellen klik hier.

gerelateerde artikelen:

Deskundigenoordeel na eerste jaar van re-integratie?

Als de arbeidsongeschiktheid van de werknemer langer dan een jaar duurt, ontstaat er rondom de eerstejaarsevaluatie een [...]

Lees meer

Bedongen of passende werkzaamheden?

Het is belangrijk om bij de re-integratie van een werknemer onderscheid te maken tussen de bedongen werkzaamheden en passende [...]

Lees meer